|
Voor dokters en apothekers wordt het stilaan een vertrouwd beeld. Mensen die met een stapel documenten onder de arm, gegoogeld op internet, op consultatie komen of ermee naar de apotheker gaan. Wat daarna volgt is vaak even absurd als onrustwekkend. En wat doen ze daar dan mee? En wel omdat de op het net gevonden informatie eerder voor verwarring dan voor duidelijkheid zorgt. De informatie is vaak onvolledig tot zelfs ronduit foutief. Ze zorgt soms voor een vals gevoel van kennis en is vaak de oorzaak van onterechte verwachtingen of angsten bij de patiënt.
Maar laat dit nu net de aanleiding zijn voor de Europese Commissie om in actie te schieten. De Commissie heeft een voorstel klaar liggen waarbij farmaceutische bedrijven informatie kunnen verstrekken over geneesmiddelen op voorschrift. En ze hoopt zo een afdoend antwoord te bieden op de wilgroei aan farmaceutische informatie op het internet. Uiteraard zal de informatie afkomstig van farmaceutische bedrijven enkel onder zeer strenge voorwaarden kunnen gepubliceerd worden en moet er door de overheid hierop strenge controle worden uitgeoefend. En natuurlijk blijft reclame uit den boze. Maar dit alles neemt niet weg dat het verbod - farmaceutische bedrijven mogen in België géén informatie of reclame voor geneesmiddelen op voorschrift verspreiden - hiermee wel op de helling komt te staan.
Vrijwel onmiddellijk na de aankondiging van het voorstel kwamen er felle reacties uit verschillende hoeken. Ziekenfondsen, artsen, patiëntenverenigingen en politici gaven het voorstel een onvoldoende over de hele lijn. Enkel pharma.be blijkt op de golflengte van de Europese Commissie te zitten.
Een terecht vaak gehoorde opmerking is dat de informatie niets meer dan reclame zal zijn, maar dan veel subtieler verpakt. Herinner u bijvoorbeeld het tv-spotje over nagelschimmels. De hamvraag luidt dan ook of het überhaupt wel verstandig is om informatieverstrekking over te laten aan de farmaceutische bedrijven. De samenleving mag dan wel van de farmaceutisch bedrijven objectieve en wetenschappelijk goed onderbouwde informatie verlangen - waarmee ik niet beweer dat een bedrijf niet in staat is om correcte informatie te verspreiden - maar je kan van een betrokken partij moeilijk verwachten dat het zichzelf in de vernieling zal rijden door bijvoorbeeld informatie op de bedrijfssite te plaatsen waarin het eigen product zwaar door de mangel wordt gehaald. De kans dat ‘negatieve' informatie enigszins wordt ‘herschreven' is dan ook niet totaal ondenkbeeldig.
Maar ook over de eventueel toegelaten informatie zijn er veel onduidelijkheden. Ik denk dan aan bepaalde medische tijdschriften. Wat ogenschijnlijk een hoogstaand wetenschappelijk artikel is, ondertekend door vooraanstaande professoren, blijkt dikwijls te zijn gesponsord door een bedrijf. Ook de referenties van dergelijke bijdragen zijn soms in hetzelfde bedje ziek (auteurs worden gesponsord). Natuurlijk worden deze ‘conflicts of interest' niet vermeld. Kortom, gaat het hier om reclame onder het mom van een wetenschappelijk artikel of kan dit doorgaan voor informatie?
Bovenstaande bedenkingen maken alvast duidelijk dat we hier te maken hebben met een zeer complexe aangelegenheid. En ondanks alle beperkingen die de Europese Commissie wil opleggen, is er het risico dat we ons met een dergelijk voorstel op een gevaarlijk hellend vlak bevinden.
Bovendien, hoe en wie zal controle uitoefenen op deze informatie? De Commissie denkt aan de bevoegde overheid binnen elk van de lidstaten. Maar wat met de harmonisatie van de informatie tussen de diverse lidstaten? En wanneer we kijken naar wie de controle op deze informatie zal uitoefenen dan duiken ook hier bijzonder veel vragen op. Kan dit het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) zijn, of de Commissie van Toezicht op de reclame voor geneesmiddelen (let wel, hierin zetelen vertegenwoordigers van de geneesmiddelenindustrie) of kan er een controle komen door zelforganisaties via Mdeon, een door de farmaceutische sector geleid orgaan onder toezicht van de overheid?
Gegeven de vele onduidelijkheden en de flinterdunne grens tussen informatie en reclame is het duidelijk dat de Commissie zich met een dergelijk voorstel op heel glad ijs begeeft. Gezien de talrijke felle reacties en gezien de onduidelijkheden die ook na lezing van het voorstel blijven bestaan, is het allicht beter om dit voorstel voorgoed naar het rijk der fabelen te sturen.
|