|
Met de regelmaat van de klok werden de voorbije maanden vreugdekreten geuit inzake het voorschrijven van goedkope geneesmiddelen. Wel 40% van het totale aantal voorgeschreven geneesmiddelen opgenomen in de terugbetaling betrof deze geneesmiddelen. Het concept "goedkoop geneesmiddel" zag het levenslicht in 2005. De toenmalige regering besliste dat artsen, specialisten en tandartsen een bepaald percentage (dit varieerde tussen 9 en 30 %) aan goedkope geneesmiddelen moeten voorschrijven. De bedoeling was om de stijgende trend van de uitgaven van de gezondheidszorg in het algemeen en het geneesmiddelenbudget in het bijzonder onder controle te houden. Tevens zouden de patiënten zelf minder moeten betalen. Inmiddels werd deze maatregel een eerste keer door het RIZIV geëvalueerd.
Op basis van de gecontroleerde cijfers met betrekking tot het voorschrijfgedrag van artsen, specialisten en tandartsen, blijkt dat alle drie de doelgroepen de minimaal te behalen percentages in die mate bereikten dat van april 2005 tot september 2006 het percentage goedkoop voorschrijven steeg van 25,3 % tot 39,5 %.
Goed bezig, zou je spontaan zeggen, maar toch valt er een minpunt te noteren. Binnen de goedkope geneesmiddelen bestaan er immers drie groepen: de generieke geneesmiddelen en kopieën - de gealigneerde merkgeneesmiddelen (die hun prijs verlaagd hebben tot de basis van terugbetaling) en de geneesmiddelen op stofnaam. Het percentage generieke geneesmiddelen dat de artsen voorschreven was in juli 2007 51%, het percentage kopieën 7%, dat van de gealigneerde merkgeneesmiddelen 42% , en dat van de geneesmiddelen op stofnaam 3%. In 2004 was de verhouding 59% - 8% - 33% - 0%. Het valt dus op dat er een verschuiving van de generieke naar de gealigneerde merkgeneesmiddelen bezig is.
Toch wel een tendens die de nodige aandacht vraagt
Enerzijds omdat, en ik geef een willekeurig voorbeeld, de RIZIV-prijs voor het generieke geneesmiddel categorie B maar 6 Euro is , en voor eenzelfde gealigneerd merkgeneesmiddel 10,5 Euro. Het persoonlijk aandeel voor de patiënt is voor het generieke geneesmiddel 2 Euro, voor het merkgeneesmiddel 3,5 Euro. De marge voor de apotheker is voor beide geneesmiddelen dezelfde.
Anderzijds wordt met een marktaandeel van nauwelijks 9% in omzet op de ambulante markt en minder dan 2% van de omzet in de ziekenhuismarkt de Belgische generieke geneesmiddelensector in internationale vergelijkingen omschreven als een "developing market". Om daadwerkelijk een rol te spelen is een marktaandeel van 20% een minimum vereiste.
Op de website van het RIZIV lezen we dat een herevaluatie van het voorschrijfgedrag is gepland in het voorjaar van 2008.
Zelf meen ik dat we niet moeten wachten op deze evaluatie om reeds met nieuwe doelstellingen op de proppen te komen.
Het vooropgezette mimimumpercentage werd gemakkelijk gehaald door alle doelgroepen. Misschien, was de toenmalige regering niet ambitieus genoeg en kon de lat heel wat hoger worden gelegd. België bengelt immers nog steeds achteraan het peloton.
Vandaar mijn voorstel om het te behalen percentage "goedkoop voorschrijven" merkelijk te verhogen. Zulks moet haalbaar zijn gezien de beschikbaarheid aan nieuwe generieke geneesmiddelen de laatste jaren is toegenomen.
Nog belangrijker is dat de definitie "goedkoop geneesmiddel" herzien wordt. Alleen onder deze voorwaarde kunnen de opgelegde voorschrijfprofielen echte besparingen opleveren. Daar waar zij thans leiden tot een shift naar de duurdere merkgeneesmiddelen (die hun prijs slechts verlaagd hebben tot de basis van terugbetaling), met een meeruitgave tot gevolg.
U ziet, er zijn geen redenen om nog te wachten.
|