|
Het gevaar voor een corporatistische Orde die optreedt als verlengstuk van een artsensyndicaat met een neoliberale en antisociale visie op gezondheidszorg is niet geweken. Kris Merckx, Maya Detiège en Magda De Meyer benadrukken het maatschappelijk draagvlak voor de afschaffing. Kris Merckx is huisarts bij Geneeskunde voor het Volk (PVDA), Maya Detiège is sp.a-Kamerlid en Magda De Meyer is voormalig sp.a-Kamerlid. Maya Detiège: "Wij behoren tot verschillende partijen, maar over de Orde zijn wij het altijd eens geweest: Die ondemocratische en antisociale instelling zou het best verdwijnen. Twee van ons kunnen spreken uit eigen ervaring".
Op 1 februari 2007 keurde de paarse meerderheid in de Senaat het wetsvoorstel van Patrik Vankrunkelsven (Open Vld) over de nieuwe Orde van Artsen goed. Maar omdat dat wetsvoorstel niet meer vóór de verkiezingen van juni 2007 besproken geraakte in de Kamer, moet het opnieuw worden ingediend. Vankrunkelsven deed dat al op 31 januari, weliswaar met zijn oorspronkelijke, ietwat verschillende, versie uit 2003. Nu de discussie van voren af aan herbegint, roepen wij op om ook de andere optie - die om de Orde gewoon af te schaffen - opnieuw in overweging te nemen.
Maya Detiège: "Wij behoren tot verschillende partijen, maar over de Orde zijn wij het altijd eens geweest: Die ondemocratische en antisociale instelling zou het best verdwijnen. Twee van ons kunnen spreken uit eigen ervaring".
Maya Detiège werkte tien jaar als apotheker in een officina van Multipharma. Zij kreeg een blaam van de Orde van Apothekers omdat zij namens haar Antwerpse collega's... een voordeel verdedigd had dat zij hun patiënten aanboden: de 10 procent korting, een overblijfsel van de socialistische en coöperatieve voorgeschiedenis van die apothekenketen.
Kris Merckx ligt al 37 jaar in de clinch met de Orde van Geneesheren. Twee schorsingen als arts, gevangenschap en deurwaardersbeslag werden daarbij zijn deel. Redenen: eerst het gratis werken aan terugbetalingstarieven van het ziekenfonds, en later, zijn weigering, samen met driehonderd andere artsen, om nog lidgeld te betalen aan de Orde na haar morele steun aan de staking van het syndicaat van dr. Wynen in 1980. Die leider van het grootste artsensyndicaat had zijn leden opgeroepen om, net zoals bij hun eerste grotere doktersstaking van 1964, de patiënten opnieuw in de steek te laten. En net als toen draaide het in 1980 uitsluitend om de centen (voor de rijkere artsen).
Wij nodigen het parlement uit om het wetsvoorstel-De Meyer-Detiège-Peeters van 2003 opnieuw in overweging te nemen. Daarmee tonen we geen gebrek aan respect voor het werk dat in de senaatscommissie in 2007 omtrent de Ordes werd verricht. Heel wat elementen uit het 282 bladzijden tellende verslag daarover, in het bijzonder van de hoorzittingen met een ruime waaier aan maatschappelijke actoren, behouden hun waarde. Het is ook niet uit eigenliefde dat we het wetsvoorstel-De Meyer opnieuw op tafel leggen. We doen het omdat we denken dat het wetsvoorstel-Vankrunkelsven te grote concessies deed en doet aan een nog altijd machtig artsensyndicaat en aan de conservatieve krachten. En omdat een meerderheid in de publieke opinie een consequent, democratisch en eigentijds alternatief wenst voor de Orde.
Dertig jaar felle contestatie van de Orde heeft geleid tot een rist wetsvoorstellen om die instelling af te schaffen en te vervangen door een democratisch alternatief. Na Ernest Glinne (PS, 1974) en Lode Hancké (SP, vanaf 1980) heeft vooral Magda De Meyer (sp.a) zich daar op toegelegd. Haar recentste Wetsvoorstel tot oprichting van een Hoge Raad voor Ethiek en Deontologie van de Gezondheidszorg dateert van 2 september 2003. In de Memorie van Toelichting (27 bladzijden) zijn zowat alle juridische, democratische en sociale argumenten voor afschaffing van de Orde samengevat. Vorig jaar is dit goede voorstel opzijgeschoven voor een compromisvoorstel onder impuls van senator Patrik Vankrunkelsven (VLD). Hoewel het positieve punten bevatte, liet het essentiële aspecten van de Orde intact. Het bezorgde een juridische facelift aan een instelling die in se ondemocratisch blijft en aan corporatistische belangenbehartiging kan doen. We tonen dat aan omdat we vrezen dat er anders, in de nieuwe legislatuur, opnieuw iets gelijkaardigs uit de bus zal komen.
Wij erkennen de verdiensten van dr. Patrik Vankrunkelsven - ook hij staakte tot tweemaal toe de betaling van zijn lidgeld aan de Orde. En in zijn wetsvoorstel van 2007 zaten punten van vooruitgang. Zo diende de Code voor de Medische Plichtenleer niet meer om te waken over 'de eer en de waardigheid' van het beroep maar om "bij te dragen tot een kwalitatief hoogstaande zorgverlening die in de eerste plaats het belang van de patiënt en de gemeenschap beoogt". De Code moest ook "wijzen op het belang van een verantwoorde besteding van de middelen die door de gemeenschap ter beschikking zijn gesteld van de gezondheidszorg". Met de nieuwe Nederlandse naam - Orde van Artsen - realiseerde men de genderneutraliteit. Dat lag sowieso voor de hand nu binnenkort meer dan de helft van de geneesheren... vrouw zal zijn. Verder werden de tuchtzaken ook openbaar in eerste aanleg (bij de provinciale raden). Sancties konden voortaan alleen nog gegeven worden voor foute handelingen in de professionele sfeer en niet meer voor privégedragingen.
Toch is onze eindevaluatie negatief. Zo bleef de dominantie van de artsen in alle raden van de Orde behouden. Dat was ook al zo in het nu heringediende wetsvoorstel Vankrunkelsven uit 2003. Van de elf leden van de Nationale of Hoge Raad zullen er zeven of acht arts zijn. In de provinciale raden zullen zeven van de negen 'rechters' artsen zijn, in de interprovinciale raden (voor zwaardere tuchtzaken) vijf van de acht, en in de raden van beroep vijf op de tien. Het rechtsbeginsel dat niemand tegelijk rechter en partij kan zijn blijft dus geschonden. In betwistingen over de uitoefening van hun eigen beroep zijn artsen altijd in zekere mate zelf betrokken partij.
Ook het gevaar voor een corporatistische Orde, die optreedt als verlengstuk van een artsensyndicaat met een neoliberale en antisociale visie op de gezondheidszorg, was met het in 2007 gestemde voorstel allesbehalve geweken. Er was wel bepaald dat effectieve leden van de raden van de Orde geen leidende functie mogen bekleden in een artsensyndicaat. Maar wat belet dat syndicaat om 'gewone' leden te laten verkiezen? Of om aan verkozen effectieve leden van provinciale en nationale raden te vragen ontslag te nemen ten voordele van 'plaatsvervangende leden', waarvoor de syndicale leiders wel mochten kandideren?
Wat ons nog het meeste dwarszat, was dat het wetsvoorstel niet voorzag dat de Codes van de deontologie voor artsen en apothekers door het parlement bekrachtigd moeten worden. Een bekrachtiging door de koning (de regering) 'kon', maar was niet verplicht. De huidige Code van de Plichtenleer mocht ook verder gebruikt worden. Het geraamte van die Code is destijds opgesteld door wijlen dr. Farber. Die UCL-professor medische deontologie was in de jaren 60 tot 80 zowel ondervoorzitter van de Nationale Raad van de Orde als van de Syndikale Kamers van dr. Wynen...
|