|
In mijn vorige column (de Apotheker nr. 033, 19 januari 2009) had ik het reeds over de zeer smalle grens die er bestaat tussen informatie enerzijds en reclame anderzijds, wanneer het gaat over geneesmiddelen op voorschrift. Aanleiding hiertoe was een voorstel van de Europese Commissie om het bestaande verbod op het verstrekken van informatie door geneesmiddelenbedrijven op te heffen. Gezien de vele tegenreacties vanuit diverse hoeken en het ontbreken van elke vorm van een degelijke overheidscontrole, zou het goed zijn mocht het voorstel definitief naar de prullenmand verwezen worden.
Bovendien lijkt het me nuttig om eens te kijken hoe er door de Belgische overheid wordt omgesprongen met reclame die is toegestaan voor geneesmiddelen die vrij verkrijgbaar zijn; de zogenaamde OTC - producten. Misschien valt hier wel iets te leren over hoe onze huidige wetgeving opgefrist moet worden.
Wat wettelijk precies kan en niet kan, wordt omschreven in het KB van 07 april 1995, betreffende de voorlichting en de reclame inzake geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Ogenschijnlijk lijkt er dus door het bestaan van een KB een regeling en bijgevolg een overheidstoezicht te zijn. Alleen, wie het KB van dichtbij bekijkt, kan niet anders dan vaststellen dat dit KB langs alle kanten rammelt. En dat, zo vrees ik, ook de overheidscontrole tekort schiet.
Hoezo vraagt u mij terecht.
Sta mij toe dat ik enkele van mijn bedenkingen met u deel.
Laat me het eerst hebben over reclame voor OTC - producten op radio en televisie. Wil een farmaceutisch bedrijf reclame brengen op radio en/of televisie dan moet de overheid hiervoor de toelating geven. Deze toestemming (of visum) wordt verleend door de Commissie voor Toezicht op de reclame voor geneesmiddelen (opgericht door het aangehaalde KB). Het is deze Commissie die oordeelt of een reclameboodschap al dan niet voldoet aan de door de wet opgelegde criteria.
Er valt heel wat te zeggen over deze Commissie. Wanneer je bijvoorbeeld kijkt naar de samenstelling ervan dan moet je vaststellen dat deze vooral vertegenwoordigers onder haar rangen telt die rechtstreeks of onrechtstreeks te maken hebben met de geneesmiddelenindustrie (apothekers, artsen, vertegenwoordigers van de geneesmiddelenindustrie). Hier hoeft uiteraard niets mis mee te zijn maar waarom ook geen "externen" opnemen. Mensen die vanuit een andere invalshoek kunnen oordelen. Ik denk hierbij o.m. aan ethici en vertegenwoordigers van consumentenorganisaties.
Bovendien stel ik mij ook de vraag waarom deze Commissie zich enkel buigt over reclame op radio en televisie. Want, welke Commissie in België oefent er dan wel controle uit over de andere vormen van reclameverspreiding. Ik denk maar aan de reclame in folders, tijdschriften, enz. ...? Mij lijkt het alvast aangewezen om naast de samenstelling, ook het actieterrein van de Commissie voor Toezicht op de reclame voor geneesmiddelen te verruimen.
Trouwens, het lijkt wel of de tijd bleef stille staan. In het desbetreffende KB valt er geen enkel spoor terug te vinden dat naar het bestaan van de nieuwe mediavormen zoals internet, MMS, enz, ... verwijst. Met de laatste aanpassing van het KB in 2006 wordt er enkel verwezen naar het eerder onbelangrijke SMS, terwijl de ongebreidelde mogelijkheden via het internet ongemoeid blijven. En dan stel ik mij de vraag, hoe springt de overheid om met sites zoals http://www.redjevoeten.be/ of http://www.pijnstiller.be/. Wie een kijkje neemt op deze sites, ziet ook hier immers reclame voor geneesmiddelen. Oefent de overheid hier enige controle uit en zou het niet goed zijn om ook deze vorm van reclameverspreiding voor advies aan de Commissie voor te leggen ?
Het zou me te ver leiden om hier alle problemen te bespreken. Maar één ding mag alvast zeer duidelijk zijn. Het is hoogtijd dat dit stukje wetgeving wordt afgestoft om op een doeltreffende wijze de vele reclame-uitdagingen van de 21 eeuw aan te kunnen.
|